Inkoopindex weer onder de 50
De NEVI PMI daalde naar 48.9 in september. Dit is de eerste verslechtering van de bedrijfsomstandigheden sinds 26 maanden. De oorzaak voor deze daling was de terugval in nieuwe orders, de grootste sinds mei 2009.
De daling van nieuwe export orders was de grootste in bijna tweeënhalf jaar. De hoeveelheid onvoltooid of nog niet uitgevoerd werk daalde voor de zesde opeenvolgende maand en het sterkst sinds mei 2009. De productie nam opnieuw toe, zij het gering. Dit gold ook voor de werkgelegenheid. De hoeveelheid ingekocht materiaal daalde voor de derde opeenvolgende maand en de voorraad ingekochte materialen was iets kleiner. De voorraad gereed product daalde enigszins, voor het eerst in drie maanden. De verkoopprijsinflatie was het laagst in 19 maanden. De inkoopprijsinflatie bereikte het laagste niveau in meer dan twee jaar.
Inkoopprijs index
De inkoopprijzen voor de Nederlandse productiebedrijven bleven grotendeels hetzelfde in september. De inkoopprijsinflatie was voor de zevende opeenvolgende maand lager dan de maand ervoor en de laagste sinds september 2009 toen prijzen begonnen te stijgen. Dit is ruim onder het onderzoeksgemiddelde op lange termijn. Sommige bedrijven maakten melding van hogere grondstofprijzen.
Samengestelde index
De NEVI Purchasing Managers’ Index (PMI) is een samengestelde index ontworpen om een algeheel beeld te verkrijgen van de economische activiteiten in de verschillende industrieën. Een score van de PMI onder de 50,0 geeft daling van de industriële activiteit aan, een score boven het kritische punt van 50,0 duidt op een groeiende economie. Een score van 50,0 duidt erop dat er geen veranderingen hebben plaatsgevonden. Hoe groter de afwijking van 50,0, hoe groter de mate van verandering in de index is.
Redactioneel commentaar Prof dr Arjan van Weele, NEVI Hoogleraar Inkoopmanagement, TU Eindhoven
De NEVI Purchasing Managers’ Index registreerde over september een waarde van 48,9. Hiermee kwam deze voor het eerst in 26 maanden uit op een waarde < 50, hetgeen wijst op een krimpende economie. Oorzaken: teruglopende binnenlandse en buitenlandse ordervolumes, onder invloed van het verminderde consumenten- en ondernemersvertrouwen in Nederland en Europa. De cijfers met betrekking tot de voorraadsituatie wijzen erop dat industriele bedrijven hun voorraden op alle fronten aan het afbouwen zijn. Ook dat leidt tot een verminderde vraag naar onderdelen en grondstoffen. Deze lagere vraag vertaalt zich direct in lagere verkoop- en inkoopprijsstigingen. Deze zijn nu vrijwel tot stilstand gekomen. Leidt dit alles nu ook tot teruglopende productievolumes? Antwoord: nog niet, getuige de productie index van 50.3. Maar het productievolume zal als gevolg van de afnemende vraag nu natuurlijk ook snel afnemen. Met welk percentage? Dat laat zich slecht voorspellen. De vraag naar produkten wordt sterk bepaald door de koopbereidheid van consumenten en ondernemingen. Beide partijen ervaren de nabije toekomst als hoogst onzeker. Reden waarom partijen zoveel mogelijk inkomen sparen resp. zoveel mogelijk vermogen liquide houden en investeringen uitstellen. Europese maatregelen gericht op het beteugelen van de financiele crisis zullen sterk bepalend zijn voor de vraag of de effecten van de teruglopende economie kunnen worden getemperd. Naar mijn mening zal er sowieso met een recessie rekening moeten worden gehouden. Reden waarom mijn rapportcijfer uitkomt op 6.5.





Om te reageren op dit artikel kunt u inloggen in de site. Wanneer u nog niet bent geregistreerd kunt u dat hier doen. Wilt u een reactie plaatsten zonder te registreren? Gebruik dan het onderstaande formulier.